7 vlooien

‘t Was nacht, ‘t was nacht, ‘t was midden in de nacht
Daar hoorden wij een vreselijke slag?
Daar zaten zeven vlooien
Drie witte en vier rooie
Die rooie waren zeven meter lang
Ze hadden vaders onderbroekkie an
Een broek met gouden knopen
Die wilden zij verkopen
Aan wie, aan wie, aan wie?
Aan koning Willem drie.

‘t Was nacht,’t was nacht,’t was midden in de nacht,
toen hoorde mijn vader een vreselijk geslacht.
Het waren zeven vlooien,
drie witten en vier rooien.
Ze trokken mijn vader’s baggerlaarzen an.
Mijn vader, mijn vader, wat was mijn vader bang.