Een veldmuis

Een veldmuis vond in het beukenbos
Een lege notendop
Hij poetste hem met vochtig mos
En zand een beetje op
Hij maakte er twee wieltjes aan
En zei: mijn fiets is klaar
Nu rijd ik van de heuvel af
Zonder het minst bezwaar
Nu rijd ik van de heuvel af
Zonder het minst bezwaar

Hij deed zoals hij had gezegd
En ging bij volle maan
Met fiets en al op het topje van
Een hoge heuvel staan
Hij trok zijn pootjes in en: hoeps
Daar ging hij naar omlaag
Da’s voor een muis in elk geval
Toch al een hele waag
Da’s voor een muis in elk geval
Toch al een hele waag

Maar halverwege: AUW! daar kwam
Zijn staartje tussen het wiel
De notendop sloeg om en om
Zodat de veldmuis viel
Beneden sprong hij hinkend rond
Maar ‘t allergekste was
Zijn fiets zat aan zijn staart geklemd
Zo kwam de muis te pas
Zijn fiets zat aan zijn staart geklemd
Zo kwam de muis te pas